SPOOR 2:

Duurzame ketenbouwer

SNB wil zelf fosfaat­fabriek bouwen

SNB heeft vergevorderde plannen – samen met een collega slibverwerker – voor een fabriek voor de terugwinning van fosfaat uit de verbrandingsas die overblijft na slibvervewerking. De locatie voor de nieuwe fabriek staat nog niet vast; dat kan Moerdijk zijn maar ook elders in Nederland. Dat meldt SNB in het Ondernemingsplan 2021-2026.

Fosfaatterugwinning is al geruime tijd een wens van SNB en de waterschappen om een circulaire afvalwaterketen te kunnen realiseren. Monoverbranding van zuiveringsslib biedt goede mogelijkheden om fosfaat terug te winnen in de vorm van fosforzuur. Met de productie van fosforzuur levert deze fabriek een verbetering op van de Nederlandse fosfaatbalans met circa 30%. Dat wil zeggen dat 30% van het fosfaat dat nu verloren gaat met afval via zuiveringsslib straks wordt teruggewonnen voor hergebruik. Het fosforzuur kan gebruikt worden voor het maken van kunstmest.

Gebruik primaire grondstoffen uitsparen

Naast fosforzuur kan de fabriek ook gips, ijzer-/aluminiumzouten en een resterende as-fractie produceren. Al deze producten kunnen worden hergebruikt. Het gips kan afgezet worden als bouwstof. De ijzer-/aluminium­zouten kunnen worden gebruikt op rioolwaterzuiveringen, waardoor inzet van primair gewonnen ijzer en aluminium wordt vermeden. Voor de afzet van de as-fractie wordt gedacht aan verschillende toepassing als vulstof in beton en asfalt om zo het gebruik van primaire grondstoffen uit te sparen.

Andere grondstoffen

Naast de bouw van een fosfaatfabriek kijkt SNB ook naar het terugwinnen van andere grondstoffen. Zo onderzoekt SNB de mogelijkheden om de reststof indampzout in te zetten voor het produceren van bijvoorbeeld gips of industrieel natrium. Dit waarschijnlijk in samenwerking met andere afvalverwerkers op het haventerrein van Moerdijk. Ook ziet SNB kansen om het afvalwater uit de slibverwerking te hergebruiken als industriewater.

Fluctuaties en calamiteiten opvangen

Daarnaast onderzoekt SNB als duurzame ketenbouwer of de slibverwerkingscapaciteit kan worden uitgebreid. Die extra capaciteit is dan in te zetten voor individuele waterschappen of voor alle Nederlandse waterschappen, als bijdrage aan een robuust systeem van slibeindverwerking. Aan zo’n systeem is behoefte om fluctuaties in de slibverwerking en calamiteiten op te vangen. «